Pesten op school

Van pesten naar je eigen geluk organiseren
Geen pestprotocol op de plank maar positief preventief handelen

Alle aandacht voor pesten en de huidige inzet van scholen om het pesten aan te pakken heeft er nog niet toe geleid dat pesten uit de wereld van de school is verdwenen. Elke leerkracht weet dat pesten bijzonder schadelijk is voor kinderen. Elke leerkracht zou er dan ook alles aan willen doen om pesten te doen verdwijnen. De prangende vraag is: hoe?

We weten dat aandacht voor bepaald gedrag het juist kan versterken. We kunnen kiezen of we aandacht blijven schenken aan dat wat we niet willen (pestgedrag) of aan dat wat we juist wel willen bereiken. Wij kiezen voor het laatste! Wat hebben we daarbij voor ogen? Uitgangspunt is dat we op onze scholen inzetten op het versterken van goed gedrag. We verleggen de focus van pesten naar goed omgaan met elkaar: we leren leerlingen hun eigen geluk te organiseren en een bijdrage te leveren aan het geluk van anderen.

Binnen iedere school draaien schoolbrede programma’s, zoals PBS (Positive Behavior Support) en PEP (Positief Educatie Programma). Deze programma’s leren leerkrachten, leerlingen (en ouders) hoe ze hun eigen veerkracht kunnen aanspreken, hun eigen geluk kunnen beïnvloeden en hun talenten optimaal kunnen benutten en ontwikkelen. De principes van de positieve psychologie (uitgaan van persoonlijke kracht en talenten) staan hierin centraal.

De aandacht is gericht op gewenst gedrag, niet op ongewenst gedrag zoals bijv. pesten

Iedereen is doordrongen van de betekenis en het belang van zo’n positieve benadering. Het gevolg is dat onze leerlingen positiever en met meer zelfvertrouwen in het leven staan. We kunnen dit objectief aantonen door het onderzoek dat professor Bohlmeijer in het kader van het Positief Educatie Programma (PEP) uitvoert. Ook verwachten we dat de instrumenten die scholen al gebruiken zoals scol, socitijger en kmpo betere scores laten zien en dat het aantal incidenten significant zal verminderen!

Het is niet zo dat je een programma uitvoert en dat het dan ‘klaar’ is. We werken niet met een kant en klare aanpak maar ontwikkelen ons continu door na te denken over de volgende vragen:

  • Hoe kunnen we op onze scholen nog meer aandacht besteden aan de preventie?
  • Als leerlingen toch nog problemen ondervinden, hoe kunnen we dit dan oplossingsgericht aanpakken?
  • Weten onze leerlingen, onze leerkrachten en onze ouders dat ook?
  • Hoe betrekken we de leerlingen en de ouders erbij?
  • Wat hebben we nodig om dit te bereiken?